Bookbot

Ik ben nogal klein van stuk "Essays over ijdelheid"

essays over de ijdelheid

Paramètres

  • 212pages
  • 8 heures de lecture

En savoir plus sur le livre

In zijn essay 'Over het uiterlijk' schrijft Montaigne : al onze meningen hebben zich gevormd op basis van gezag en op goed geloof. Dat kan geen kwaad: in deze slappe tijd is afgaan op onze eigen voorkeur het stomste wat wij kunnen doen. Als wij de dialogen van Socrates bewonderen, zoals zijn vrienden ons daar een voorstelling van hebben gegeven, is dat louter en alleen uit respect voor de algemene bewondering, en niet omdat ons inzicht zo groot is: zulke woorden zijn wij niet gewend. Als vandaag de dag iets dergelijks het licht zou zien, zou dat maar weinig bijval oogsten.Wij vinden iets alleen mooi als het aangedikt, opgeklopt en opgeblazen is. Als het zich ongekunsteld en in alle eenvoud voordoet, ontgaat het algauw aan een zo grove waarneming als de onze: de schoonheid van het natuurlijke is ingetogen en verborgen: om dit heimelijk licht te ontwaren heb je een scherpe, loepzuivere blik nodig. Is, volgens ons, het naïeve niet nauw verwant aan het dwaze en afkeurenswaardig? Socrates brengt zijn gemoedsbewegingen op een gewone, natuurlijke manier tot uiting. Zo praat een boer, zo praat een vrouw. Hij heeft het alleen maar over koetsiers, schrijnwerkers, schoenlappers en metselaars. Hij baseert zijn overwegingen en vergelijkingen op de gewoonste, bekendste bezigheden van de mens. Iedereen begrijpt hem. In zo'n banale vorm zouden wij nooit de adel en de pracht van zijn wondere gedachten hebben onderkend.'Twee vliegen slaat Montaigne hier in een klap, nee drie: hij breekt de staf over zijn tijdgenoten, die zozeer afgaan op schijn en opschik dat ze het wezenlijke en waardevolle alleen kunnen genieten uit snobisme; hij geeft aan in welke richting zijn eigen essay zich zal gaan bewegen; en hij geeft de ideale manier aan om dat aan te pakken: als Socrates, simpel, zo duidelijk mogelijk, en tegelijkertijd op een verheven plan, zonder de verwondering te verliezen.De dichter Hans van Pinxteren is, in 1980 bekroond met de Martinus Nijhoffprijs voor vertalingen. Hij vertaalde o

Achat du livre

Ik ben nogal klein van stuk "Essays over ijdelheid", Michel de Montaigne

Langue
Année de publication
1997
Reliure
(rigide)
Nous vous informerons par e-mail dès que nous l’aurons retrouvé.

Modes de paiement

Personne n'a encore évalué .Évaluer

Titre
Ik ben nogal klein van stuk "Essays over ijdelheid"
Sous-titre
essays over de ijdelheid
Langue
Néerlandais
Éditeur
Athenaeum
Publié
1997
Format
rigide
Pages
212
ISBN10
9025333893
ISBN13
9789025333898
Séries
Mots clés
Philosophie
Description
In zijn essay 'Over het uiterlijk' schrijft Montaigne : al onze meningen hebben zich gevormd op basis van gezag en op goed geloof. Dat kan geen kwaad: in deze slappe tijd is afgaan op onze eigen voorkeur het stomste wat wij kunnen doen. Als wij de dialogen van Socrates bewonderen, zoals zijn vrienden ons daar een voorstelling van hebben gegeven, is dat louter en alleen uit respect voor de algemene bewondering, en niet omdat ons inzicht zo groot is: zulke woorden zijn wij niet gewend. Als vandaag de dag iets dergelijks het licht zou zien, zou dat maar weinig bijval oogsten.Wij vinden iets alleen mooi als het aangedikt, opgeklopt en opgeblazen is. Als het zich ongekunsteld en in alle eenvoud voordoet, ontgaat het algauw aan een zo grove waarneming als de onze: de schoonheid van het natuurlijke is ingetogen en verborgen: om dit heimelijk licht te ontwaren heb je een scherpe, loepzuivere blik nodig. Is, volgens ons, het naïeve niet nauw verwant aan het dwaze en afkeurenswaardig? Socrates brengt zijn gemoedsbewegingen op een gewone, natuurlijke manier tot uiting. Zo praat een boer, zo praat een vrouw. Hij heeft het alleen maar over koetsiers, schrijnwerkers, schoenlappers en metselaars. Hij baseert zijn overwegingen en vergelijkingen op de gewoonste, bekendste bezigheden van de mens. Iedereen begrijpt hem. In zo'n banale vorm zouden wij nooit de adel en de pracht van zijn wondere gedachten hebben onderkend.'Twee vliegen slaat Montaigne hier in een klap, nee drie: hij breekt de staf over zijn tijdgenoten, die zozeer afgaan op schijn en opschik dat ze het wezenlijke en waardevolle alleen kunnen genieten uit snobisme; hij geeft aan in welke richting zijn eigen essay zich zal gaan bewegen; en hij geeft de ideale manier aan om dat aan te pakken: als Socrates, simpel, zo duidelijk mogelijk, en tegelijkertijd op een verheven plan, zonder de verwondering te verliezen.De dichter Hans van Pinxteren is, in 1980 bekroond met de Martinus Nijhoffprijs voor vertalingen. Hij vertaalde o